Uncle Joe

door Maarten Zwiers

Joseph Biden doet niet mee + de Republikeinse poppenkast inzake Benghazi = Hillary Clinton president? Op dit moment lijkt het die kant wel op te gaan. Velen zagen Biden als een geduchte tegenstander voor Clinton, maar op 21 oktober kondigde de vice-president aan dat hij niet klaar was voor een presidentscampagne. Deze beslissing had grotendeels te maken met de dood van zijn zoon Beau, die in mei overleed. Het sterfgeval had waarschijnlijk een grote stempel gedrukt op Bidens campagne, hoewel hij natuurlijk niet de eerste vooraanstaande politicus is die met dit soort persoonlijk leed geconfronteerd wordt. Desalniettemin had hij het moeilijk gekregen in de strijd tegen Hillary. Door zijn lange wachten had Biden geen organisatie in de staten en geen geld in kas. Bovendien hebben veel Democraten in het Congres zich al achter Clinton geschaard. Deze combinatie van factoren heeft ervoor gezorgd dat Biden uiteindelijk geen gooi doet naar het ambt waarvoor hij de politiek in was gegaan — het presidentschap van de Verenigde Staten.

Is het jammer dat Biden niet meedoet? Natuurlijk! Want: who doesn’t love Uncle Joe? De vice-president behoort tot een politieke klasse die langzaam van het toneel verdwijnt. Biden werd in 1972 senator voor Delaware, slechts 30 jaar oud. Ook toen werd hij getroffen door een tragedie. Vlak na zijn verrassende overwinning op de Republikein J. Caleb Boggs kwamen zijn vrouw en hun één jaar oude dochtertje Naomi om het leven in een ongeluk. Biden was van plan om uit de politiek te stappen, maar besloot toch door te zetten. Dit was het begin van een Senaatscarrière die 36 jaar zou duren.

Biden werd lid van de Judiciary Committee in de nadagen van Big Jim Eastland uit Mississippi, die tot zijn pensioen in 1978 voorzitter van de commissie was. Onder Eastland was Judiciary een good old boys club, waar de meeste zaken geregeld werden na kantoortijd. Dan kwam de fles whiskey op tafel en werden de federale baantjes verdeeld. Joe Biden maakte deel uit van een groep jonge progressieve senatoren in de commissie, samen met Philip Hart en Ted Kennedy. Hoewel Eastland uitgesproken conservatief was, zorgde hij er voor dat ook de liberals tevreden werden gehouden. Dan moest je echter wel een liefhebber zijn van whiskey. Toen Ted Kennedy in 1962 op de Judiciary Committee terecht kwam, ging hij eerst op audiëntie bij voorzitter Eastland. De senator uit Mississippi was inschikkelijk, maar Kennedy moest wel een glas whiskey leegdrinken voor elke subcommissie waar hij lid van wilde worden. Op het eind van het gesprek met Eastland had Kennedy zijn favoriete baantjes en was hij ook behoorlijk dronken.

De politieke cultuur waarin Biden het vak leerde, bestaat niet meer. James Eastland was aartsconservatief maar tegelijkertijd geliefd door linkse Democraten, althans in de persoonlijke omgang. Eastlands macht was gebaseerd op het compromis en hij was dan ook toegeeflijk in het inwilligen van wensen die voor hem geen politieke prioriteit hadden, maar wel belangrijk waren voor zijn commissieleden. Zolang je niet in het vaarwater van de voorzitter kwam, kon je met hem onderhandelen. Kom daar nog maar eens om, met de ideologische scherpslijpers die tegenwoordig in Washington zitten. Door hun inflexibiliteit komt het politieke proces regelmatig tot stilstand en heeft het Congres één van de laagste approval ratings ooit. Politici zoals Biden hebben het moeilijk gekregen in dit gepolariseerde klimaat, hoewel de Amerikaanse politiek nu juist professionals zoals hem nodig lijkt te hebben — door de wol geverfde veteranen die in staat zijn om boven de partijen te staan. Daarnaast is Biden gewoon een hele gave kerel.

Het was sowieso een goede week voor Clinton. Biden is uit de race en op donderdag mocht ze voor Trey Gowdy’s Benghazi commissie verschijnen. Gowdy is een gluiperig mannetje uit South Carolina, een ouderwetse zuidelijke snake oil salesman die wel wat weg heeft van Draco Malfoy uit Harry Potter. Gowdy’s plan was om zijn commissie te gebruiken als een wapen tegen Hillary, maar dat ging helemaal mis. Terwijl de voorzitter al zwetend de meest idiote vragen stelde over Clintons functioneren tijdens de aanval op een Amerikaanse diplomatieke post in Libië in 2012, bleef Hillary cool, calm, and collected. Het elf-uur durende verhoor was een sterk staaltje Republikeinse zelfdestructie en erg fijn voor Clintons campagne. Kennelijk kwamen de donaties binnenstromen na Trey Gowdy’s implosie. Politico bedacht een nieuwe naam voor zijn commissie: “the Committee to Increase Hillary Clinton’s Fundraising.” En president Obama vergeleek de Republikeinen met Grumpy Cat. Very funny.

Dankzij het debat, Bidens beslissing en het Benghazi verhoor ziet het er rooskleurig uit voor Clinton. Ze moet echter niet te vroeg juichen. Hillary heeft immers al een keer eerder verloren van een outsider en ook de geschiedenis leert dat establishment kandidaten zoals Clinton het soms afleggen tegen linkse tegenstanders. In 1972, het jaar dat Joe Biden senator werd, wist de progressieve senator George McGovern uit South Dakota tamelijk onverwacht de Democratische nominatie binnen te slepen. Ook toen speelden vuile Republikeinse trucjes trouwens een rol in de voorverkiezingen van de Democraten. Dat pakte destijds beter uit dan Gowdy’s snode plan: door de “Canuck Letter” werd favoriet Edmund Muskie al vroeg buitenspel gezet en kon McGovern de primaries winnen, om vervolgens op desastreuze wijze ten onder te gaan tegen president Richard Nixon. Later bleek de Canuck Letter deel te zijn van een veel groter complot om de Democratische Partij te saboteren. De onthulling van dat complot leidde tot het aftreden van “Tricky Dick” Nixon en een breed gedragen verlies van vertrouwen in de Amerikaanse politiek. Sounds familiar?

Advertenties