Leiderschap

door Maarten Zwiers

De Democraten gingen voor het eerst met elkaar in debat en geen enkele prominente Republikein wil eigenlijk Speaker of the House worden. Laten we met het eerste beginnen. In Viva Las Vegas was het dinsdag Hillary Clinton Day en Bernie Sanders deed ook leuk mee. Naast Hillary en Bernie stonden er nog drie vreemde kerels op het podium, eentje met daddy issues, eentje met een Vietnam syndroom en Martin O’Malley, die het best aardig deed. Vooral zijn uithaal naar de “National. Rifle. Association” was catchy. De stamelende Lincoln Chafee kan z’n koffers gaan pakken en Jim Webb moet ook wat gezelliger worden, in plaats van de verzuurde veteraan uit te hangen.

Wolf Blitzer van CNN noemde het debat “extraordinary,” wat lichtelijk overdreven was. Het was een goed debat, maar dankzij de Republikeinse freakshows wordt een goed debat kennelijk al snel “extraordinary.” Clinton ontmantelde op een fantastische manier de Big Government paradox van de Republikeinen, die nu dwars liggen in het Congres vanwege subsidies voor Planned Parenthood. Het Republikeinse mantra is natuurlijk anti-Big Government, maar alleen als het gaat om deregulering van de economie. Zodra het op de persoonlijke keuzes van Amerikanen aankomt, heb je Big Government in één keer in je slaapkamer staan.

Dan de race voor Speaker of the House. Nou ja, race… Probleem is dat geen enkele vooraanstaande Republikein zich meer wil branden aan het leiderschap van het zootje ongeregeld dat tegenwoordig de Republikeinse Partij heet. Nadat John Boehner al zingend zijn aftreden aankondigde, leek het er even op dat Kevin McCarthy uit Californië hem zou vervangen. Dat feest ging niet door omdat McCarthy 1) de Benghazi onderzoekscommissie per ongeluk ontmaskerde als een anti-Hillary complot en 2) geruchten ontstonden over een buitenechtelijke relatie tussen hem en een collega uit North Carolina, de Republikeinse afgevaardigde Renee Ellmers. Volgens haar waren deze roddels “batshit crazy,” maar het kwaad was toen al geschied.

Einde oefening voor McCarthy, volgend slachtoffer: Paul Ryan, Mitt Romney’s running mate in de presidentscampagne van 2012. Ryan is een jonge veelbelovende conservatief uit Wisconsin en lijkt he-le-maal geen zin te hebben om zijn nog prille carrière op het spel te zetten. Bill Flores uit Texas heeft zich inmiddels kandidaat gesteld. Volgens Flores wordt het tijd dat Republikeinen zich gaan inzetten voor “the best achievable outcomes as exemplified by President Reagan’s presidency.” Een gebrek aan Reagan commitment lijkt mij nu niet het grootste probleem voor de Republikeinse Partij.

Wat is dan wel de oorzaak van het Republikeinse disfunctioneren? In belangrijke mate wordt deze malaise veroorzaakt door politici zoals Flores, die voorzitter is van de Republican Study Committee (RSC). De RSC is een grote en invloedrijke groep afgevaardigden die de Republikeinse Partij op het rechtse pad probeert te houden. Maar de echte reactionairen zitten in de Freedom Caucus, een Tea Party gezelschap dat Boehner tot aftreden heeft gedwongen. De Caucus bestaat uit ongeveer veertig afgevaardigden die elk compromis met de Democraten zien als het werk van de duivel. Peter King, een Republikein uit New York, omschreef hen onlangs als de “crazies” die de partij gegijzeld hebben.

De opkomst van de rechtse crazies begon met Barry Goldwaters presidentscampagne van 1964. Tot die tijd was de Republikeinse Partij een heel fatsoenlijke conservatieve club onder leiding van noordoostelijke zakenmannen, die veel vrijheid voor business wilden maar progressief waren op het gebied van bijvoorbeeld burgerrechten. Een beetje zoals de VVD van vroeger, voordat de crazies daar de toko overnamen. Zoals ik in mijn vorige post al schreef, wist Goldwater uiteindelijk alleen zijn thuisstaat Arizona en vijf staten in het Diepe Zuiden te winnen. De zuiderlingen steunden senator Goldwater omdat hij tegen de Civil Rights Act van 1964 had gestemd.

Op zich was Goldwater wel een grappige kerel. Hij had bijvoorbeeld een vlaggenmast in zijn voortuin geïnstalleerd die automatisch de Star Spangled Banner hees zodra de eerste zonnestralen over de woestijn van Arizona vielen. In Washington stond hij vooral bekend als een rabiaat tegenstander van een sterke federale overheid. Zijn stem tegen de Civil Rights Act kwam dan ook niet voort uit racistische motieven, maar omdat hij het een onconstitutionele wet vond. Dat maakte zuidelijke racisten weinig uit. Goldwater was één van de weinige nationale politici die zich uitsprak tegen federale bescherming van burgerrechten.

Goldwaters oppositie tegen federale inmenging beperkte zich niet tot de Civil Rights Act. Hij wilde de Tennessee Valley Authority verkopen en Social Security vrijwillig maken. Qua buitenlandbeleid bezigde hij agressieve retoriek; om de Koude Oorlog te winnen, mocht de atoombom best ingezet worden. Door dit soort standpunten werd Goldwater afgeschilderd als een vuurgevaarlijke rechtse cowboy. Zijn campagne slogan was “In your heart you know he’s right.” De Democraten bedachten al snel de alternatieven “In your brain you know he’s insane” en “be with Barry when they burn the crosses,” vanwege zijn aanhang in het Zuiden. Het was niet vreemd dat LBJ de verkiezingen van 1964 won met een landslide. Maar het stempel dat Goldwater in 1964 op de Republikeinse Partij drukte zien we tot op de dag van vandaag terug.

Barry Goldwater wist de Republikeinse nominatie binnen te halen dankzij een sterke grassroots organisatie in het Zuiden en Zuidwesten. Zijn aanhangers verbonden raciale motieven met angst voor een sterke federale overheid, die hun belastinggeld zou gebruiken voor de financiering van initiatieven die gericht waren op onderdrukte groepen in de Amerikaanse samenleving: de minderheden en de armen. De fans van Goldwater waren niet zozeer de terroristen in de KKK (hoewel veel aanhangers van segregatie op hem stemden in 1964), maar de blanken in de groeiende zuidelijke suburbs. Zij zouden de kern vormen van Nixons “Silent Majority.”

Na 1964 verschoof de machtsbalans in de Republikeinse Partij van het noordoosten naar het Zuiden en de woestijnstaten in het Westen. Dit gebied wordt ook wel omschreven als de Sunbelt, waar het altijd lekker weer is — vooral voor ondernemers, gezien het gunstige belastingklimaat voor bedrijven en het ontbreken van vakbonden. Andere namen zijn de Gun Belt (veel geweren) en de Bible Belt (veel evangelische protestanten). De evangelicals gingen sinds de jaren zeventig een steeds grotere rol spelen in de Republikeinse Partij. De legalisering van abortus in 1973 en pogingen om het Equal Rights Amendment in de Grondwet te krijgen leidden tot de politieke mobilisering van deze grote groep sociaal-conservatieven, die zich zorgen maakte over het morele verval van Amerika.

And there you have it: de traditionele anti-overheidsagenda van de Republikeinen heeft sinds 1964 een racistisch tintje gekregen door het binnenhalen van blanke zuiderlingen die altijd Democratisch hadden gestemd, maar zich niet langer konden vinden in het burgerrechten activisme en de Great Society van president Lyndon Johnson. Vanaf de jaren zeventig kwam daar het religieus fundamentalisme bij, dankzij de evangelische moraalridders die in 1976 nog collega-Southern Baptist Jimmy Carter naar het Witte Huis hadden geholpen, maar vier jaar later teleurgesteld overliepen naar Ronald Reagan. Carter was hen niet oudtestamentisch genoeg.

Reagan is inmiddels heilig in de Republikeinse Partij, maar dat komt vooral omdat hij een bijzonder effectief afbraakbeleid voerde ten aanzien van sociale zekerheid. Van zijn moralistische plannen (abortus criminaliseren, verplicht de schooldag beginnen met gebed) kwam weinig terecht, maar dat zijn we tegenwoordig vergeten. Het dienen van Big Business gaat de Republikeinen beter af dan het dienen van Jezus, althans als het gaat om het behalen van concrete politieke doelen. Met andere woorden: de VS is aardig op weg richting oligarchie, maar Gods Koninkrijk op aarde is het nog lang niet.

Het gevolg is een zeer gefrustreerde zuidelijke evangelische achterban, die een constante stroom Tea Party rebellen naar het Congres stuurt. Het levert Republikeinse meerderheden op in Washington maar betekent ook het einde van effectieve besluitvorming, omdat deze schriftgeleerden geen compromis willen sluiten als het gaat om bijbelse waarheden. Hún bijbelse waarheden welteverstaan.

William Greider heeft een mooi stuk geschreven voor The Nation over de factiestrijd binnen de Republikeinse Partij en de historische achtergrond daarvan. De Goldwater Revolutie heeft een Monster van Frankenstein gecreëerd, een compleet schizofrene vereniging van gelovigen die nu tegen de grenzen van haar eigen reactionaire radicalisme aanloopt. In een land dat steeds diverser wordt en zich bovendien lijkt te keren tegen het ongebreidelde kapitalisme dat onder Ronald Reagan begon, moeten de Republikeinen zichzelf opnieuw uitvinden, vooral als het gaat om het winnen van presidentiële campagnes.

Lange tijd dachten politieke analisten dat Middle America – de blanke religieuze middenklasse uit de suburbs van het Amerikaanse hartland – de sleutel tot verkiezingsoverwinningen was. Barack Obama heeft aangetoond dat de absolute steun van deze groep kiezers niet noodzakelijk is. Hillary Clinton lijkt Obama’s strategie voort te zetten. Omdat de Democratische Partij zich steeds meer gaat richten op minderheden en de grote steden, blijft een groot deel van het Zuiden gedesillusioneerd achter. De Democraten zijn allang niet meer de partij van de zuiderlingen en de Republikeinen blijken niet in staat concrete resultaten met hun Kulturkampf te behalen. Het is dan ook niet zo vreemd dat vooral arme blanken uit het Zuiden, gedumpt door de Democraten en genaaid door de Republikeinse business elite, met de Confederate Battle Flag staan te zwaaien — expressie van hun identiteit, maar ook het ultieme symbool van een Lost Cause.

Advertenties