Dixie Democrats

door Maarten Zwiers

Dit jaar probeert een vrachtwagenchauffeur gouverneur van Mississippi te worden. Robert Gray, gewezen brandweerman en tegenwoordig dus op de vrachtwagen, won de Democratische voorverkiezingen en mag het opnemen tegen de zittende gouverneur, de Republikein Phil Bryant. Bryant heeft 2,4 miljoen dollar tot zijn beschikking en zal weinig moeite hebben om Gray te verslaan. Zoals zoveel Republikeinen in het Diepe Zuiden is Bryant een rechtse rakker die de oorlog heeft verklaard aan de Affordable Care Act en geen reden ziet om de huidige vlag van Mississippi te veranderen — inderdaad, dat ding met de Confederate Battle Flag, symbool van een mislukte republiek gesticht door slavenhouders. Het feit dat Bryant gouverneur is van één van de armste staten in de Unie waar 38 procent van de bevolking zwart is, is een indicatie hoe de macht verdeeld is in de zuidelijke staten.

Gray won de Democratische primary, maar had het zelf te druk om te stemmen. “I’m not a politician,” aldus Gray. “I’m not a person who really wanted to run for governor.” Zijn belangrijkste agendapunt is uitbreiding van Medicaid in Mississippi. Medicaid is een federaal programma dat financiële steun verleent aan arme Amerikanen die hun ziektekosten niet kunnen betalen. De Democratische kandidaat voor luitenant-gouverneur, Tim Johnson, doet in zijn vrije tijd trouwens graag Elvis na.

Een vrachtwagenchauffeur en een Elvis imitator als het kansloze Democratische ticket voor het gouverneurschap van een zuidelijke staat, dat was vijftig jaar geleden niet mogelijk geweest. In 1965 waren de gouverneur, de twee senatoren en vier van de vijf afgevaardigden Democraat. De enige Republikein in dat gezelschap was een kippenboer die bij toeval een zetel had gewonnen in de verkiezingen van 1964, dankzij de gedoemde presidentiële campagne van states’ rights maverick Barry Goldwater. Daar kom ik later nog op terug.

Hoe kan het dat de partij van Barack Obama en Hillary Clinton lange tijd oppermachtig was in het conservatieve Zuiden? De oorsprong van de Democratische hegemonie in de regio moet gezocht worden in het zuidelijke verlies van de Amerikaanse Burgeroorlog. Een Republikeinse president, Abraham Lincoln, had het Zuiden op de knieën gekregen en was tevens verantwoordelijk voor de afschaffing van de slavernij. Radicale Republikeinen installeerden vervolgens een militair bewind in de zuidelijke staten tijdens de Reconstructie periode. Toen de Reconstructie in 1877 ten einde kwam, hadden blanke zuiderlingen een diepgewortelde haat ontwikkeld tegen zo’n beetje alles wat Republikeins was.

Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen dat Democraten, tezamen met paramilitaire en terroristische organisaties zoals de White League en de Ku Klux Klan, de blanke suprematie herstelden en het systeem van segregatie invoerden. Aan het eind van de 19e eeuw waren de blanken weer de baas in het Zuiden — mede mogelijk gemaakt door de Democratische Partij. Tot aan de New Deal van Franklin Roosevelt haalden Democratische presidentskandidaten meestal meer dan 90 procent van de stemmen binnen in het Zuiden, waar apartheid en een eenpartijstelsel de politieke cultuur bepaalden.

Roosevelt had echter grootse ideeën voor zijn partij en het Zuiden. Gedurende Roosevelts bewind was de zogenaamde New Deal coalitie tot stand gekomen, een tamelijk instabiele maar politiek machtige combinatie van arbeiders en zwarte kiezers in de noordelijke steden en de agrarische sector in het Westen en Zuiden. Die laatste groep, de blanke zuiderlingen, had in eerste instantie weinig problemen met de federale dollars die men ontving om de extreme armoede in de regio op te lossen. Het werd allemaal wat lastiger toen Roosevelt probeerde conservatieve zuidelijke Democraten te vervangen door jonge progressieve zuiderlingen. Tegelijkertijd groeide de invloed van het zwarte electoraat op de Democratische Partij. Aan het eind van de jaren dertig was de zuidelijke elite wel klaar met Roosevelt, overheidsbemoeienis, de New Deal en zwarte Democraten uit het Noorden. Geld uit Washington was fijn, maar dan graag zonder federaal gesleutel aan de raciale en politieke machtsstructuur in Dixie.

Tijdens de Koude Oorlog brak de politieke pleuris pas echt uit in het Zuiden. De Democratische Partij leek steeds meer toe te geven aan de eisen van zwarte Amerikanen, ook onder druk van de burgerrechtenbeweging, die actiever werd in de jaren vijftig en vooral de jaren zestig. In de presidentiële campagne van 1960 verschilden John Kennedy en Richard Nixon niet veel op het gebied van burgerrechten. Het is leuk om te speculeren hoe de geschiedenis zou zijn gelopen als Nixon die verkiezing had gewonnen. Dat gebeurde echter niet; de Democraat Kennedy behaalde een flinterdunne overwinning. JFK, niet Nixon, mocht zich vervolgens bezig gaan houden met de sit-ins, de wade-ins, de Freedom Rides, de integratie van de universiteiten in Alabama en Mississippi en het blanke politiegeweld tegen vreedzame civil rights demonstranten in Birmingham. Kennedy zat daar overigens niet echt op te wachten. Die ging liever Koude Oorlogje spelen dan het probleem van segregatie aanpakken.

Het samenvallen van het presidentschap van Kennedy en zijn opvolger Johnson met de escalatie van de strijd voor burgerrechten verklaart voor een groot deel de groeiende populariteit van de Republikeinse Partij in het Zuiden. Democratische presidenten, veelal gedwongen door omstandigheden, voerden belangrijke civil rights wetten in; zuidelijke Democraten were not amused. In een speech in Atlanta stelde de Republikeinse senator Barry Goldwater uit Arizona destijds dat zijn partij “had to go hunting where the ducks are.” De “ducks” waren de blanke zuiderlingen, die de Democratische Partij zo langzamerhand niet meer zagen als de traditionele beschermer van segregatie, maar als een linkse club gelijkheidsdenkers. In 1964 won dezelfde Goldwater op miraculeuze wijze de Republikeinse nominatie voor presidentskandidaat. Hij voerde vervolgens een nogal waanzinnige campagne die hem slechts zes staten opleverde. Naast zijn thuisstaat Arizona waren dat echter wel vijf staten uit het oude Democratische basiskamp: het Diepe Zuiden. Dankzij het conservatieve extremisme van Goldwater won ook voor het eerst in jaren een redelijk aantal zuidelijke Republikeinen een zetel in het Congres, waaronder de kippenboer uit Mississippi, Prentiss Walker. De Republikeinse Southern Strategy was geboren.

Historici worstelen nog steeds met de vraag in hoeverre de Republikeinse machtsovername in het Zuiden gebaseerd was op raciale motieven. Na de Tweede Wereldoorlog steeg namelijk het welvaartspeil in het Zuiden, mede dankzij de defensie industrie die door de federale overheid gesubsidieerd werd. Zuiderlingen gingen meer verdienen, vertrokken naar de suburbs en hadden geen zin om veel belasting te betalen over hun gegroeide inkomen. De laissez-faire ideologie van de Republikeinen paste beter bij deze nieuwe zuidelijke middenklasse, die geen baat meer had bij Democratische armoedebestrijding.

Het is lastig te ontkennen dat de welvaart is toegenomen in de zuidelijke staten. Dat neemt niet weg dat vooral de blanke zuiderlingen hiervan geprofiteerd hebben, waardoor de opkomst van de Republikeinse Partij in het Zuiden niet te begrijpen valt zonder het raciale aspect erbij te betrekken. Aan het begin van de jaren zeventig leek het er even op dat blanke en zwarte Democraten gezamenlijk Roosevelts oude droom van een meer progressief Zuiden zouden kunnen bewerkstelligen. Maar daar kwam weinig van terecht. Mijn huidige onderzoek richt zich op het falen van deze droom en de ondergang van de Democratische Partij in het Zuiden gedurende de jaren zeventig en tachtig.

In zekere zin vormt de campagne van Jimmy Carter hierop een uitzondering. Niemand had erop gerekend dat een onbekende zuidelijke Democraat in 1976 de presidentsverkiezingen kon winnen, inclusief Carters moeder Lillian. Toen Jimmy haar vertelde dat hij president wilde worden, vroeg zij: “president of what?” Misschien kan onze Democratische vrachtwagenchauffeur uit Mississippi daar hoop uit putten, hoewel zijn moeder überhaupt niet wist dat hij mee ging doen aan de verkiezingen. Daar kwam ze pas in het stemhokje achter.

Advertenties