10th Amendment

door Maarten Zwiers

De afgelopen dagen verschenen interessante gasten in Stephen Colberts The Late Show. Vorige week kwam Bernie Sanders op bezoek en gisteren was het de beurt aan Donald Trump, die van plan is een muur te bouwen tussen de VS en Mexico met een “big beautiful door” erin die alleen open gaat voor legale immigranten.

Op maandag maakte senator Ted Cruz van Texas zijn opwachting, uiteraard had hij zijn cowboylaarzen aan. Cruz doet mee aan de Republikeinse campagne en is vooral populair onder sociaal-conservatieven, Amerikanen die niet alleen bang zijn dat de identiteit van de VS naar de kloten gaat door big government en buitenlanders, maar die zich ook druk maken om morele kwesties zoals abortus en het homohuwelijk.

Dat laatste onderwerp kwam tevens ter sprake in het interview met Colbert. Wat vond Cruz van gay marriage? Opeens leek het of Big Jim Eastland aan tafel zat. Volgens Cruz staat er niets over het huwelijk in de Amerikaanse Grondwet en daarom is het een zaak die de staten afzonderlijk mogen regelen. Hij verwees naar het 10e amendement, het laatste amendement van de Bill of Rights, dat opgenomen is in de Constitutie om het gezag van de federale overheid in te perken en de soevereiniteit van de deelstaten te waarborgen.

Ik ga de repliek van Cruz nu niet staatsrechtelijk uitpluizen. Wat opvallend is aan zijn antwoord, is dat verdedigers van raciale segregatie vergelijkbare argumenten gebruikten om in de jaren vijftig van de vorige eeuw gesegregeerd onderwijs te behouden in het Zuiden. Onderwijs wordt niet benoemd in de Constitutie, het is derhalve geen taak van de federale overheid en dus mogen de staten dat zelf fiksen. Zwarte kindjes niet op school bij blanke kindjes? Prima. Het Hooggerechtshof maakte daar in 1954 een eind aan met de Brown v. Board beslissing, net als het Hof dit jaar stelde dat staten het homohuwelijk niet mogen verbieden. Beide uitspraken zijn gebaseerd op de Equal Protection clausule van het 14e amendement.

Zowel Eastland als Cruz moeten worden gezien als voorstanders van een strikte interpretatie van de Grondwet: als het er niet in staat, dan moet Washington er met z’n poten van afblijven. Op zich is een dergelijke verdediging van small government en lokaal bestuur een aanvaardbare positie. Toch kleven er een aantal problemen aan deze visie op de Constitutie. Ten eerste veronderstelt zij een direct lijntje met de Founding Fathers, want alleen zij kunnen uitleggen wat ze nu precies bedoelden met de woorden die ze zo rond 1787 opschreven op een stukje papier in een veel te heet hok in Philadelphia. Gay marriage was toen nog niet echt een issue, uitbuiting van zwarten iets meer, maar daar deden ze uiteindelijk ook niet zo moeilijk over, want veel afgevaardigden op de Constitutionele Conventie hadden zelf slaven (inclusief voorzitter George Washington).

Het tweede probleem van de strikte interpretatie is dat het vaak de basis vormt voor discriminatie van minderheden. Het stemrecht was bijvoorbeeld lange tijd een aangelegenheid van de staten, met alle gevolgen van dien voor zwarte burgers in het Zuiden. Je kunt wel stellen dat je voor lokaal bestuur bent, maar als je een groot deel van de kiezers uitsluit omdat ze een kleurtje hebben, is er toch iets mis met het democratisch gehalte van dat bestuur. In 1965 ondernam het Congres actie met de invoering van de Voting Rights Act, die nu trouwens weer onder druk staat.

James Eastland zou trots zijn geweest op Ted Cruz toen hij de rechters van het Supreme Court vermomde politici noemde. Eastland had ook geen goed woord over voor deze “politicians in robes.” Tevens had hij het vaak over het puur houden van de “Caucasian bloodstream” en het gevaar van immigranten die niets begrepen van de “Anglo-Saxon institutions, culture, and governmental institutions” in de VS. Nou goed, daar hebben de Republikeinen dan straks de Muur van Trump voor.

Verder is vandaag officieel de herfst begonnen! Daarom deze classic van McSweeney’s, voor de kalebas-en-pompoen-fetisjisten onder u. Lachen.

Advertenties