Donald en George

door Maarten Zwiers

Vorige week vrijdag kwamen de Republikeinse kandidaten bijeen in Greenville, South Carolina, waar Heritage Action for America zijn kamp had opgeslagen in de Take Back America kruistocht. Deze club is de politieke tak van de Heritage Foundation, een rechtse denktank onder leiding van voormalig senator Jim DeMint, poster boy van de Tea Party beweging. De grote afwezige tijdens het forum in Greenville was Donald Trump, die het opeens erg druk had met een “significant business transaction.” The Donald had waarschijnlijk even genoeg van politiek, na een matig optreden in het tweede Republikeinse debat en gesodemieter vanwege zijn tamelijk kritiekloze houding ten opzichte van het Obama-is-een-moslim gedachtegoed van zijn aanhang.

Is dit het begin van het einde voor de vastgoedmagnaat? De zomer van 2015 zal de geschiedenis ingaan als de Summer of Trump, maar nu lijkt ook voor hem het mantra van Game of Thrones waarheid te worden: winter is coming, de vraag is alleen wanneer en hoe. Met zijn populistische aanpak heeft hij in ieder geval een gefrustreerd deel van het electoraat gemobiliseerd dat zich niet gerepresenteerd voelt door het politieke establishment en bovendien een gloeiende hekel heeft aan de eerste communistische moslim in het Witte Huis, Barack H. Obama. Althans, zo zien de Trumpers de president.

Trump is uiteraard niet de eerste kandidaat die pretendeert de Stem des Volks te verwoorden. De Amerikaanse media hebben inmiddels al enkele malen de vergelijking gemaakt met George Corley Wallace, de oud-gouverneur van Alabama die in 1963 beloofde dat raciale segregatie tot in eeuwigheid zou voortduren (kijk even het filmpje, lekker sigaretten roken was toen ook nog OK). In de jaren zestig en zeventig deed Wallace een paar keer mee aan de presidentsverkiezingen en verrassend genoeg waren deze pogingen niet geheel onverdienstelijk. In 1968 kon hij op een gegeven moment zelfs rekenen op de steun van twintig procent van de Amerikaanse kiezers, waaronder veel noorderlingen. Niet slecht voor een zuidelijke racist die in 1958 zijn kameraden vertelde dat hij nooit meer “outniggered” zou worden in een campagne.

Net als Trump presenteerde Wallace zich in 1968 als een outsider. Hij richtte zich tegen het Great Society programma van president Lyndon Johnson, een ambitieus overheidsproject om armoede en discriminatie te bestrijden. Volgens Wallace leden hardwerkende Amerikanen onder het minderhedenbeleid van de federale regering, waar “bearded, briefcase totin’ bureaucrats” en “pointy headed intellectuals who can’t park a bicycle straight” het ene linkse plan na het andere bedachten.

De hardwerkende Amerikanen vonden de Wallace show in eerste instantie prachtig, maar de gouverneur maakte een kapitale blunder toen hij Curtis LeMay als running mate naar voren schoof. LeMay was een voormalig luchtmachtgeneraal die zijn liefde voor kernwapens niet onder stoelen of banken schoof. Het duo stond al snel bekend als de “Bombsey Twins” en uiteindelijk bleek het extremisme van Wallace en de atoombom-obsessie van LeMay net iets teveel van het goede. Desalniettemin wist Wallace als onafhankelijk kandidaat toch nog dertien procent van de stemmen binnen te halen, vooral dankzij een grote aanhang in het Diepe Zuiden. De Republikein Richard Nixon versloeg Democraat Hubert Humphrey met een miniem verschil en werd president. De Wallace campagne had negatieve gevolgen voor met name Humphrey, aangezien veel traditioneel Democratische kiezers op de politicus uit Alabama hadden gestemd.

Kunnen we Donald Trump beschouwen als de light versie van George Wallace? Wallace was de populistische luis in de pels van de Democraten; Trump vervult een vergelijkbare rol voor de Republikeinen. De kans dat Trump de Republikeinse nominatie voor het presidentschap binnensleept is klein, maar een onafhankelijke campagne zit er natuurlijk in, net als Wallace in 1968. Met Sarah Palin als running mate kan dat een mooi theater van de demagogie worden. Dan mogen de Republikeinen ditmaal hun borst nat gaan maken.

Het 1968 scenario biedt veel vuurwerk, maar het zou eigenlijk nog mooier zijn als de campagne van 1948 volgend jaar in de rerun gaat. In die verkiezing deden vier heren een gooi naar het Witte Huis: Democraat Harry Truman, Republikein Thomas Dewey, de reactionaire Dixiecrat Strom Thurmond en de progressieve politicus Henry Wallace. Mocht Bernie Sanders het niet redden tegen Hillary Clinton en mogelijk Joe Biden, dan kan hij in de voetsporen van Henry Wallace treden en zich opstellen ter linkerzijde van de Democraten, terwijl Trump de rechterflank van de Republikeinen bespeelt. Truman won trouwens in 1948, ondanks de verbrokkeling van zijn eigen partij.

Advertenties