Op campagne

Verhalen over Amerikaanse politiek en het Zuiden van de VS

The Future

Hillary Clinton heeft de popular vote met meer dan 1 miljoen stemmen gewonnen, maar Donald Trump is president. Het is toch wel ironisch dat de Founding Fathers het Electoral College hadden bedacht om volksmenners zoals Trump uit het Witte Huis te houden — een buffer tussen de impulsen van de massa en de uitvoerende macht. Tegelijkertijd doet het kiescollege zijn werk, want waar de Founding Fathers vooral op uit waren was het waarborgen van white privilege. Trump is hiervan het ultieme symbool.

Politieke experts zagen de nominatie van Trump als het einde van de Republikeinse Partij. Een vergelijkbare voorspelling werd gedaan in 1964, toen de radicaal-rechtse kandidaat Barry Goldwater de Republikeinen naar de afgrond leek te drijven. Hij verloor die verkiezing jammerlijk, maar hij was ook de architect van de wedergeboorte van de partij van Lincoln. Big business bleef een belangrijke doelgroep, maar Goldwater zorgde er tevens voor dat de Republikeinen gingen jagen “where the ducks are:” blanke stemmers in de groeiende suburbs in het Zuiden en Westen en blanke arbeiders die altijd trouw Democratisch hadden gestemd, maar genoeg begonnen te krijgen van civil rights activisme, rassenrellen en anti-Vietnam demonstraties, maar bovenal van Lyndon Johnsons bestrijding van armoede en discriminatie via zijn Great Society programma. Goldwater en daarna Nixon en Reagan beloofden “law and order” voor de overwegend blanke Silent Majority.

Nu, 52 jaar na Goldwaters campagne, blijkt dat de ontevreden blanke stem nog steeds doorslaggevend kan zijn. Dit gaat tegen alle verwachtingen in; de VS wordt demografisch steeds diverser, met een rap toenemende Latino bevolking — volgens de voorspellingen zullen blanken rond 2044 een minderheid zijn. De Republikeinse Partij moest nieuwe immigranten gaan aanspreken of roemloos ten onder gaan. Trump deed het tegenovergestelde: in plaats van diversiteit te omarmen, besloot hij op de bres te gaan staan voor kiezers die wilden dat hij “America great again” zou maken. Trumps campagne van de verschroeide aarde, gebaseerd op white identity politics, bleek een gouden greep en toont de taaiheid van blanke dominantie aan. Waar blanken in de VS recht op menen te hebben, wordt niet zonder slag of stoot opgegeven.

In mijn boek over de racistische senator James Eastland (1904-1986) schreef ik hoe zijn “legacy persists until this day” en dat de Republikeinen zijn reactionaire politiek hebben overgenomen. Ik dacht toen meer aan het voortbestaan van impliciete, structurele vormen van ongelijkheid, niet zozeer aan de comeback van Eastlands extremistische retoriek. Trumps weg naar het Witte Huis was echter geplaveid met racistisch getinte uitspraken die herinneringen oproepen aan het tijdperk van Jim Crow segregatie.

En nu? Leonard Cohen overleed een dag voordat Trump werd gekozen als de 45e president van de Verenigde Staten. Eén van Cohens beste nummers vind ik “The Future,” een tamelijk post-apocalyptisch lied dat niet zou misstaan als de soundtrack van het Trump tijdperk. Hier is de toekomst:

Things are going to slide, slide in all directions / Won’t be nothing / Nothing you can measure anymore / The blizzard, the blizzard of the world has crossed the threshold / And it has overturned the order of the soul.

bttf

Back to the Future

Advertenties

Mr. President

Kan Donald Trump eigenlijk president worden? Deze vraag wordt mij vaak gesteld. Natuurlijk gaat het moeilijk worden voor Trump, aangezien hij inmiddels zeventig procent van het blanke mannelijke electoraat moet winnen, dankzij zijn radicale anti-abortus en anti-immigratie uitspraken. Volgens politiek blogger Chris Cillizza van de Washington Post maakt hij dan ook weinig kans. Het leuke van Trump als kandidaat is trouwens dat hij een hele club Republikeinen in het Congres zou meeslepen in zijn ondergang.

Trump wordt regelmatig vergeleken met derderangs demagogen zoals Strom Thurmond en George Wallace, de gouverneur van Alabama die in 1968 meedeed aan de presidentsverkiezingen met zijn eigen partij, de American Independent Party. Zowel Thurmond (in 1948) als Wallace (in de jaren zestig en zeventig) kregen het als rechtse populisten niet voor elkaar president te worden. Wat hen verbindt met Trump is een anti-establishment boodschap gericht tegen de gevestigde politiek in Washington.

Trump heeft echter ook veel gemeen met twee van de meest geprezen presidenten van de Verenigde Staten: Andrew Jackson (1828-1836) en Ronald Reagan (1980-1988). Jackson was de oprichter van de moderne Democratische Partij. Hij stond bekend als een opvliegerig type, een rouwdouwer die graag conflicten uitvocht met de vuist of het geweer. Tijdens de War of 1812 versloeg hij als generaal het Britse leger bij New Orleans, wat hem veel populariteit opleverde. Als planter in de frontier staat Tennessee vertegenwoordigde hij de blanke boeren die hun geluk in het Westen zochten. Bovendien behoorde hij niet tot het Washington establishment: Jackson stond voor masculien militarisme en de stem van de gewone man.

Zijn tegenstander in 1828 was daarentegen wél heel erg establishment: president John Quincy Adams, een intellectueel uit de noordoostelijke staat Massachusetts en de zoon van Founding Father John Adams. Nadat Jackson Adams verslagen had, maakte hij van zijn inauguratie een feestje voor het volk van de frontier. Dit waren niet de meest beschaafde mensen, althans niet volgens de elite in Washington. “But what a scene did we witness! The Majesty of the People had disappeared, and a rabble, a mob, of boys, negros [sic], women, children, scrambling fighting, romping,” aldus Margaret Bayard Smith, een dame uit de hoofdstedelijke upper class die de inauguratie in het Witte Huis aanschouwde. “What a pity, what a pity! No arrangements had been made no police officers placed on duty and the whole house had been inundated by the rabble mob.”

Jacksons inauguratie

Jacksons inauguratie, 1829

Waarschijnlijk overdreef mevrouw Smith een beetje. Maar Jackson is wel als groot voorvechter van de democratie en van de belangen van de Average American de geschiedenis ingegaan. Als tribuun van het volk gebruikte hij regelmatig zijn vetorecht om zijn onderdanen te beschermen tegen de gevestigde orde. De Bank of the United States was het symbool van deze gevestigde orde en van de special interests, dus draaide Jackson de bank de nek om. Net als Trumps achterban voelden de volgelingen van Jackson zich bedreigd door macro-economische krachten die onbeheersbaar leken, de zogenoemde Market Revolution. Het is daarom wellicht ironisch dat Jackson, de beul van de centrale bank, op het biljet van twintig dollar terecht kwam.

Jackson trad ook op een andere manier als beul op. Onder zijn bewind werden duizenden Native Americans vanuit het Zuidoosten van de VS gedeporteerd naar het Westen, naar het gebied dat nu de staat Oklahoma vormt. Veel indianen stierven op deze “Trail of Tears.” Jackson had een hekel aan de oorspronkelijke bevolking van Amerika en beschouwde hen als minderwaardig; ze moesten verwijderd worden om hun land beschikbaar te maken voor blanke boeren. Juist vanwege deze praktijken staat de herinnering aan Jackson nu onder druk. De Democraten vieren jaarlijks Jefferson-Jackson Day, vernoemd naar de twee belangrijkste voorvaders van hun partij. Niet elke Democraat heeft daar tegenwoordig nog zin in, aangezien zowel Thomas Jefferson als Andrew Jackson slavenhouders waren en Jackson zich daarnaast actief bezighield met de uitroeiing van Native Americans.

Net als Jackson kwam Ronald Reagan als outsider in de nationale politiek terecht. Nadat hij in 1976 nipt de nominatie van zijn partij had misgelopen, maakte hij in 1980 een sterke comeback tegen Jimmy Carter. Reagan schilderde Carter af als een watje, een doemdenker die met zijn halfzachte geneuzel het land de put in had gepreekt – een soort born-again John Quincy Adams. Met zijn stoere praat wist Reagan het Amerikaanse electoraat te overtuigen dat het onder zijn presidentschap weer “Morning in America” zou worden. Vervolgens begon de afbraak van de verzorgingsstaat en krankzinnige investeringen in het militair-industriële complex. De Amerikanen plukken tot op de dag van vandaag de zure vruchten van Reagans dereguleringsbeleid en de prominente rol van de wapenindustrie in de politiek. Desondanks zien Republikeinen Reagan als hun belangrijkste patroonheilige.

Ronald Reagan, acteur/president

Ronald Reagan, acteur/president

Ronald Reagan was een niet al te snuggere B-acteur die vooral goed was in oneliners. Hoe zou deze cowboy in vredesnaam ooit president kunnen worden? Toch is dat gebeurd en wist hij bovendien een grote stempel te drukken op de Amerikaanse politieke cultuur. Hetzelfde gold voor Jackson: wie nam zo’n onbeschofte vechtersbaas uit Tennessee serieus? Toch werd ook hij president en later een nationale held. Net als Reagan beweerde hij de belangen van de gemiddelde Amerikaan te verwoorden, hoewel Jackson ook echt wat deed voor de lagere blanke klasse, met gruwelijke gevolgen voor de indianen.

Uiteraard zijn de tijden veranderd en zal de geschiedenis zich niet exact herhalen. Jackson was de representant van blanke mannen op de frontier die vaak net het stemrecht hadden verworven. Met zijn populistische boodschap wist Jackson dit nieuwe en ontevreden electoraat te mobiliseren. Een vergelijkbare dynamiek verklaart Reagans verkiezing; hij wist blanke kiezers (en vooral blanke mannen) aan zich te binden die verlangden naar een sterke leider. Voor Jackson en Reagan zou het nu een stuk moeilijker worden om campagnes te winnen; vrouwen en minderheden (twee groepen die ten tijde van Jackson natuurlijk helemaal niet mochten stemmen) hebben tegenwoordig een veel grotere invloed op de uitkomst van verkiezingen, ook in vergelijking met de jaren tachtig.

Desondanks tonen Jackson en Reagan aan dat gevestigde systemen en patronen niet heilig zijn en doorbroken kunnen worden. Dat hoeft niet altijd tot rampspoed te leiden; een beetje revolutionair elan kan immers geen kwaad. In het geval van Trump is de kans op rampspoed echter tamelijk groot, althans naar mijn bescheiden mening. Wat de geschiedenis ons in ieder geval leert is dat Jackson aan het begin van de negentiende eeuw een succesvolle coalitie wist te smeden die hem uiteindelijk het presidentschap bracht, grotendeels op basis van rancune tegen het establishment. Wellicht staat over honderd jaar de tronie van Trump op het twintig dollar biljet, gevierd als de stem van het gewone volk.

Trumpisme

Meer dan zestig jaar geleden kwam het boek Revolt of the Rednecks uit. In deze studie beschrijft historicus Albert Kirwan hoe de arme blanken in Mississippi aan het eind van de negentiende eeuw in opstand kwamen tegen het politieke leiderschap en uiteindelijk de macht wisten te grijpen van de Democratische Partij in de staat. Hun leiders waren racistische demagogen zoals James Vardaman en Theodore Bilbo, die hun afkeer van mensen met een kleurtje combineerden met een tamelijk progressief programma voor de blanke arbeidersklasse. Naarmate de markteconomie dominanter werd in de zuidelijke maatschappij, kwamen steeds meer kleine boeren in de verdrukking. Zij moesten zich in de schulden steken, terwijl de elite profiteerde van de economische modernisering in de “New South.” Deze onvrede vanuit de onderklasse leidde uiteindelijk tot de revolte van de rednecks.

De opkomst van het populistisch racisme vond precies een eeuw geleden plaats – Vardaman werd in 1912 senator, Bilbo werd in 1916 gouverneur. Ook in andere zuidelijke staten werden politici gekozen die beloofden korte metten te maken met het establishment op lokaal en nationaal niveau. “Pitchfork Ben” Tillman uit South Carolina zou zijn hooivork meenemen naar Washington om alle corrupte partijbonzen daar uit de weg te ruimen. Zo’n boodschap vond gehoor bij blanke stemmers die rond de armoedegrens bungelden.

We zien nu een vergelijkbare ontwikkeling, niet alleen in de VS, maar ook in Europa. De xenofobie en het racisme van de Trump supporters hangt samen met hun vaak zwakke economische positie. Ze werden vergeten door de Democraten en voor lief genomen door de Republikeinen, die hen jarenlang binnen de partij wisten te houden door loze beloften, te beginnen met de leugenmachine van Ronald Reagan in 1980. In een uitstekend artikel in The Guardian legt Thomas Frank, auteur van What’s the Matter with Kansas, doeltreffend uit wat het probleem is: Trump stemmers hebben ongetwijfeld racistische sentimenten, maar ze verkeren bovenal in een uitzichtloze situatie wat werk en onderwijs betreft. Mondiale stromen van geld, goederen, personen en banen, die in een stroomversnelling raakten vanaf de jaren zeventig, hebben deze situatie grotendeels veroorzaakt.

De inwoners van Trump Land hebben de boot gemist als het gaat om de transitie naar een high-tech economie en het outsourcen van fabrieksbanen naar lagelonenlanden. Het proces van mondialisering heeft tevens migratiegolven op gang gebracht die als zeer bedreigend worden ervaren door de aanhang van Trump. Zijn boodschap lijkt een oplossing te bieden voor alle problemen die met mondialisering te maken hebben; hij gaat het politieke establishment dat dit proces op gang heeft gebracht een lesje leren, de banen weer terugbrengen naar de VS en de immigranten eruit gooien. “Pitchfork Donald” belooft orde op zaken te stellen in Washington.

Tot aan de jaren zeventig maakte de Amerikaanse arbeidersklasse een wezenlijk deel uit van de New Deal coalitie en daarmee de Democratische Partij. Tijdens het presidentschap van Jimmy Carter kwam daar verandering in. Als we nu aan Carter denken, zien we dat vriendelijke plattelandsdomineetje voor ons. Toen hij in het Witte Huis zat, begon hij echter al met de deregulering die onder Reagan een Republikeins dogma werd. Hoewel de Democratische presidentskandidaat George McGovern desastreus ten onder ging tegen Nixon in 1972, had hij in zijn campagne wel de basis gelegd voor een effectieve coalitie van minderheden en vakbonden. Van dat soort linkse gekkigheid was de zuiderling Carter niet gediend. Hij leidde de oppositie tegen McGoverns kandidatuur in 1972 en plaatste de Democratische Partij vervolgens op een rechtsere koers. New Democrats zoals Bill Clinton konden zich goed vinden in deze nieuwe richting. Zij zetten de deregulering en het outsourcen van banen voort gedurende de jaren negentig. Het is waarschijnlijk niet geheel toevallig dat in deze periode ook het salonsocialisme de dominante ideologie werd van de PvdA. De “Derde Weg” van Wim Kok, Tony Blair en ook Bill Clinton bleek een doodlopend spoor voor hun oude achterban: de arbeiders.

Hillary Clinton staat in deze New Democrat traditie, die sterk verbonden is met de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven. Arbeiders die de Democratische Partij verlieten en Republikeins gingen stemmen – de Reagan Democrats – zijn inmiddels bedrogen uitgekomen. Gedurende acht jaar Obama hebben de Republikeinen vooral de haat aangewakkerd tegen zijn “on-Amerikaanse” beleid, zonder daar concrete alternatieven voor te bieden. Het logische gevolg is boze, bange stemmers die Donald Trump als de stormram zien om het politieke establishment te breken. Revolt of the rednecks, part II.

Trump aanhangers hebben het gevoel dat ze in de steek zijn gelaten door de gevestigde politiek. Ze willen actie, geen bedeesde debatten waarna er weer geen fuck gebeurt; ze willen een leider die gehoor geeft aan hun emoties en die de oude status quo herstelt. “Make America Great Again” is feitelijk een reactionaire boodschap die uitgaat van een vroeger, in hun ogen beter Amerika.

Lynching-1024x745

Dit conservatieve hunkeren naar het herstellen van sociale orde was ook aanwezig in het Zuiden aan het begin van de twintigste eeuw. De opkomst van demagogen daar ging gepaard met een escalatie van geweld tegen minderheden, vooral het lynchen van African Americans. Door het verlies van de Burgeroorlog, het afschaffen van de slavernij en de groei van de markteconomie hadden veel zuidelijke blanken het gevoel dat er een chaotische nieuwe wereld was ontstaan, gedomineerd door krachten die onbeheersbaar leken. Lynching diende als controlemiddel om deze chaos tegen te gaan. Het collectief vermoorden van African Americans moest overigens niet alleen de blanke suprematie waarborgen, maar ook een patriarchale machtsstructuur bestendigen. Door zwarte mannen af te schilderen als wilde verkrachters, konden lynchers zichzelf opwerpen als heldhaftige verdedigers van de traditionele norm en van white womanhood. Net als Vardaman en Bilbo belichaamt Donald Trump de angst en woede van een verwaarloosde en onbegrepen onderklasse die op zoek is naar autoriteit en orde, desnoods door middel van geweld.

 

U.S.A.

De reactie van Donald Trump op de aanslagen in San Bernardino is eigenlijk zo oud als de Verenigde Staten: er is altijd een vijand die het Amerikaanse project in vrijheid en democratie kapot probeert te maken. De constructie van dergelijke vijandbeelden is intrinsiek aan het American experiment: als je jezelf presenteert als het beste land op aarde, moet er immers iets zijn dat “slecht” en on-Amerikaans is, een absolute tegenpool waar je je tegen af kunt zetten. Door de eeuwen heen waren dat de Britten, de vrijmetselaars, de mormonen, de katholieken, de slavenhouders (voor noorderlingen), de abolitionisten (voor zuiderlingen), de communisten, de Japanners, opnieuw de communisten en nu dus de moslims in het Amerika van Trump.

Het is handig als zo’n vijand in het buitenland zit, zoals de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog. Na de val van de Muur en de implosie van de USSR kwamen de VS in de jaren negentig in een identiteitscrisis terecht en zette de strijd over het ware Amerika zich op binnenlands terrein voort: de zogenaamde Culture Wars. Door het wegvallen van een gezamenlijke buitenlandse vijand werd de binnenlandse discussie tussen progressieven en conservatieven heftiger. Waar staat Amerika voor? Wat betekent “with liberty and justice for all” en wat is de rol van de federale overheid in het bereiken van dit ideaal?

Voor conservatieve Amerikanen is de federale overheid een vijand en teveel overheidsbemoeienis on-Amerikaans. Voor hen is Amerika “the Land of Opportunity” en moet iedereen de ruimte hebben om hun potentieel maximaal te benutten, zonder steun van Washington. Progressieven hebben vaak een meer rooskleurige kijk op de rol van de nationale regering. Een actieve overheid kan ervoor zorgen dat iedereen ook daadwerkelijk dezelfde kansen krijgt, bijvoorbeeld door positieve discriminatie. De ironie van de Amerikaanse geschiedenis is dat (sinds de oprichting van de VS) de federale regering bijzonder activistisch is geweest, maar vaak ten gunste van de groep die zich retorisch het meest verzet tegen overheidsingrijpen: rijke gasten.

Als we naar de stichting van het land kijken is het eigenlijk tamelijk logisch dat de federale overheid vaak in dienst staat van de opperklasse. De Grondwet werd geschreven door de maatschappelijke elite, waarvan een aanzienlijk deel ook nog eens slaven had. In de vroege jaren van de Republiek was Alexander Hamilton, vertegenwoordiger van de noordelijke business class en mede-auteur van de beroemde Federalist Papers, een groot voorstander van een sterke federale overheid, die direct de economie kon aansturen ten bate van de handel. Onder zuidelijke invloed werd ook de slavernij grondwettelijk beveiligd. Omdat de Grondwet in de loop der jaren een heilig document is geworden, heeft deze constitutionele erfenis een structureel karakter aangenomen in de Amerikaanse samenleving. De slavernij is natuurlijk afgeschaft, maar dat neemt niet weg dat de oorspronkelijke tekst van de Constitutie bescherming bood aan deze uitbuiting. Dat zie je tot op de dag van vandaag terug in de VS.

De slavernij, die welig tierde in het antebellum Zuiden, wordt vaak weggezet als on-Amerikaans. De zuidelijke staten waren een feodale samenleving, waar een decadente plantersaristocratie zich vooral bezighield met het drinken van mint juleps op de veranda. Niets bleek minder waar. Een nieuwe generatie historici heeft het “moonlight and magnolias” idee van het Oude Zuiden effectief ontmanteld. Vooral in staten zoals Alabama en Mississippi waren de planters harteloze maar innovatieve kapitalisten, die slim investeerden om hun plantages zo efficiënt mogelijk te maken. De slavenstaten waren super-Amerikaans.

De textielindustrie en het bankwezen in het Noorden profiteerden volop van de zuidelijke slavernij. Noordelijke fabrieken produceerden goedkope kleding en schoenen, specifiek bedoeld voor het kleden van slaven. De ontwikkeling van een moderne kapitalistische economie in de VS ging gepaard met de expansie van de slavernij in het Zuiden. Deze expansie werd trouwens gefaciliteerd door het nationale gezag. Onder president Jackson werden de indianen in het Zuidoosten van de VS gedeporteerd naar het huidige Oklahoma, waardoor hun land beschikbaar kwam voor de plantage-economie.

Gedurende de negentiende eeuw gingen de zuidelijke slavenhouders de federale overheid steeds meer zien als een bedreiging, vooral door de groei van het abolitionisme in het Noorden. Politieke leiders probeerden het Zuiden aan boord te houden, onder meer door het invoeren van een strikte Fugitive Slave Law, waardoor de nationale regering actief betrokken raakte bij het opsporen en terugsturen van gevluchte slaven. Deze federale steun was echter niet genoeg voor de zuidelijke planters; in 1861 stichtten zij hun eigen staat en trokken ze hun regio een bloedige oorlog in die desastreus verliep voor het Zuiden. Tienduizenden zuiderlingen stierven in een strijd om de economische macht van de grote slavenhouders in stand te houden.

In de twintigste eeuw was het opnieuw de zuidelijke elite die de conservatieve ambivalentie ten opzichte van federale steun belichaamde. Tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig waren zuidelijke politici gek op dollars uit Washington. Dankzij deze hulp konden grote planters hun boerderijen efficiënter maken en arme pachters van het land trappen. President Roosevelt voerde Social Security in, maar conservatieve zuiderlingen zorgden ervoor dat bepaalde groepen geen gebruik konden maken van deze overheidssteun: landarbeiders en huishoudsters. Het was geen toeval dat deze beroepen overwegend werden uitgeoefend door African Americans.

Terwijl het belastinggeld zuidwaarts bleef stromen – eerst in de vorm van landbouwsubsidies, vanaf de Tweede Wereldoorlog de defensie-industrie – bleef de regionale elite ageren tegen overheidsingrijpen in sociale kwesties, zoals de raciale segregatie en de bescherming van arbeiders. Om progressieve wetgeving op dit gebied te voorkomen, vormden de zuiderlingen coalities met reactionaire Republikeinen uit het Noorden: de Conservative Coalition. Senator James Eastland is een goed voorbeeld van een conservatieve zuidelijke politicus: dankzij federale steun kon hij zijn enorme plantage in Mississippi moderniseren, maar tegelijkertijd was hij een fel tegenstander van federale invloed op raciale verhoudingen of het beschermen van vakbonden. Toen de federale overheid besloot de hoeveelheid subsidie per planter te verminderen, was Eastland slim genoeg om zijn plantage te verdelen onder zijn drie kinderen en vrouw, zodat hij toch nog het volle pond kreeg.

Naarmate de Democratische Partij steeds meer de partij van burgerrechten werd, liepen veel Eastland aanhangers over naar de Republikeinse Partij. De partij van een kleine overheid, maar ook van het grote geld, inclusief overheidsgeld. Een voorbeeld: Eastland’s opvolger, de Republikein Thad Cochran, had het vorig jaar opvallend moeilijk in de voorverkiezingen tegen Tea Party extremist Chris McDaniel. Volgens McDaniel was Cochran establishment en out of touch met de mensen in Mississippi. Die aanval was niet geheel onterecht, aangezien Cochran al bijna 40 jaar in de Senaat zit en veel macht heeft als voorzitter van de Appropriations Committee, die over de verdeling van de federale dollars gaat. Uiteindelijk moest de oude Republikein op zoek naar steun bij zwarte en Democratische kiezers om herkozen te worden. Cochran waarschuwde dat McDaniel serieus was over het terugschroeven van overheidssubsidies aan Mississippi; als voorzitter van Appropriations kon hij er in ieder geval voor zorgen dat het federale geld wel bleef komen. Door het extreem-rechtse gelul van zijn partij werd Cochran gedwongen linksom zijn herverkiezing veilig te stellen.

Vanwege de Tea Party en Trump zullen old school Republikeinen zoals Cochran het veel moeilijker krijgen om politiek te overleven. Meer gematigde en establishment types zoals Jeb Bush, John Kasich en zelfs Darth Vader Cheney claimen dat Trump de Republikeinse Partij niet representeert. Dat is natuurlijk onzin. Jarenlang hebben de Republikeinen hun achterban gevoed met anti-immigratieretoriek en hebben ze het islamitische communisme van Barack H. Obama veroordeeld. Met Trump oogsten ze nu wat ze gezaaid hebben, want hij maakt expliciet wat Republikeinse politici al decennia roepen, zij het in meer verdekte taal. De bescherming van een traditionele Amerikaanse identiteit (whatever that may be), het dichtschroeven van de grenzen, minder geld naar “welfare queens” en meer macht naar de staten; dit zijn allemaal programmapunten die ongunstig zijn voor minderheden en dus ook zo opgevat worden door de xenofobe, fundamentalistische en racistische kiezers die inmiddels een belangrijk deel van het Republikeinse electoraat vormen. Het Republikeinse veld is dit jaar qua etniciteit veel gevarieerder dan de Democraten, waar de top drie 100% blank is. Toch doen de Republikeinen nauwelijks moeite om Latinos en zwarten aan te spreken.

Waarom gebeurt dat? Zoals ik al eerder betoogd heb is de Republikeinse Partij van oudsher een elitepartij die gericht is op de belangen van rijken en grote bedrijven. Met zo’n boodschap win je echter niet verkiezingen. Sinds de Southern Strategy van Richard Nixon grijpen Republikeinen terug op tactieken die de Redeemer Democrats in het Zuiden ook gebruikten aan het eind van de negentiende eeuw om daar de blanke suprematie te herstellen. Een interraciale beweging van zwarte en blanke landarbeiders vormde destijds een bedreiging voor de positie van de dominante klasse. De Redeemer Democrats speelden in op de racistische gevoelens van de blanke onderklasse en wisten deze groep op succesvolle wijze te overtuigen dat huidskleur belangrijker was dan verschil in economische belangen. De zwarten werden vervolgens van het politieke proces uitgesloten door poll taxes, literacy tests, intimidatie en geweld.

Openbare lynchings behoren gelukkig tot het verleden, hoewel de leider van een belangrijke Amerikaanse moslimorganisatie Trump heeft vergeleken met de leider van een lynch mob. In het algemeen gebruiken Republikeinen andere Redeemer tactieken om hun macht te behouden. Zo zijn ze al een tijdje bezig om het moeilijker te maken voor armen en minderheden hun stemrecht uit te oefenen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het aanscherpen van voter ID laws en het sluiten van DMV’s (waar je een ID bewijs kunt aanschaffen) in gebieden die Democratisch stemmen. Deze strategie heeft al de aandacht getrokken van het Department of Transportation. Op de campagne bijeenkomsten van Trump is het geweld tegen minderheden teruggekeerd. Republikeinse kandidaten die zich teveel distantiëren van Trump distantiëren zich ook van zijn achterban en dat is politiek gevaarlijk, aangezien zij deze stemmers nodig hebben voor het winnen van de nominatie. Ted “Creepy” Cruz, de griezel uit Texas, heeft dit het beste door en presenteert zich nu als het redelijk alternatief voor The Donald. Hun programma’s verschillen echter niet zoveel, hoewel Cruz misschien net iets christelijker is.

Tot voor kort waren Trump en Cruz bondgenoten en vielen ze elkaar niet teveel aan. Nu Cruz aan het stijgen is in de polls, wordt Trump ook vijandiger. Nadat de senator uit Texas (achter de schermen) Trumps leiderschapskwaliteiten in de strijd tegen het terrorisme in twijfel getrokken had, kwam er een tegenaanval. Trump beweerde dat er niet veel evangelische christenen van Cuba komen (dus hoe oprecht gelovig is Cruz eigenlijk?) en nam hij de oppositie van Cruz tegen overheidssubsidies voor ethanol onder vuur. Deze subsidies zijn populair in Iowa, de staat waar de eerste voorverkiezingen worden gehouden. Cruz moet nu dus oppassen dat hij niet zijn eigen politieke graf aan het graven is, net als Rick Perry, Scott Walker en Bobby Jindal vóór hem.

Cruz is echter een geslepen politicus en dat maakt hem misschien nog wel gevaarlijker dan Trump, maar in ieder geval een veel sterkere kandidaat dan Perry, Walker en Jindal. Net als Trump is hij uitgekotst door het Republikeinse establishment, wat hem populair maakt bij het gefrustreerde deel van het electoraat en hem de vrijheid geeft zijn eigen reactionaire plan te trekken. Met deze approach wint hij misschien de voorverkiezingen, maar wordt het moeilijk meer gematigde stemmers aan te trekken in de strijd voor het Witte Huis. Daar wordt het Republikeinse leiderschap erg zenuwachtig van.

En zo komen we weer terug bij het opstellen van de Amerikaanse Grondwet. Een belangrijke aanleiding voor het organiseren van de Constitutionele Conventie in Philadelphia was Shays’ Rebellion, een opstand van ontevreden burgers die vonden dat ze genaaid werden door de overheid van Massachusetts. Dit was voor George Washington c.s. genoeg reden om een nieuwe grondwet te schrijven die de macht van de nationale overheid zou versterken en dit soort burgerlijke ongehoorzaamheid in goede banen kon leiden. De Amerikaanse elite, de planters in het Zuiden en de handelaren in het Noorden, zaten niet echt te wachten op rebellie van het rapalje.

De Amerikaanse Revolutie ontketende krachten die moeilijk te beheersen waren, net als de Republikeinse agenda nu. Ondanks de “all men are created equal” retoriek waren de Founding Fathers ambivalent over teveel invloed van het volk. Ze stichtten een republiek, niet een democratie. Die democratische samenleving kwam er rond de jaren 1820 toch – in eerste instantie voor blanke mannen, dat dan weer wel. Het huidige Republikeinse establishment was nooit echt geïnteresseerd in het realiseren van hun moralistische agenda. Tax cuts voor de rijken en grote bedrijven vormt de kern van hun ideologie, maar daarom stemmen veel sociaal-conservatieve Amerikanen uiteraard niet Republikeins. Zij hebben vaak weinig aan de economische plannen van de Republikeinen, terwijl hun family values versie van Amerika richting afgrond lijkt te verdwijnen. De begrijpelijke boosheid van deze kiezers kan alleen op rechts worden geuit, want de Democratische Partij is allang geen alternatief meer voor hen. Dit verklaart de populariteit van Donald Trump en Ted Cruz. Je zou bijna wensen dat George W. Bush weer meedeed aan de verkiezingen. Hij probeerde na 9/11 tenminste wel het geweld tegen moslims te beteugelen.

Parijs en paranoia

De terroristische aanvallen in Parijs hebben een nieuwe dynamiek gegeven aan de campagnes van de Democraten en de Republikeinen. Aan Democratische zijde gaat Clinton aan kop in de polls en zij kan deze positie nog verstevigen dankzij haar ervaring als oud-minister van Buitenlandse Zaken. De campagne van Hillary richt zich inmiddels op de 14 (!) Republikeinse kandidaten die nog in de race zijn voor de nominatie van hun partij, hoewel ze natuurlijk eerst Bernie Sanders nog moet verslaan. Gaat dat lastig worden? Veel progressieve Amerikanen zijn gecharmeerd door zijn linkse plannen op binnenlands terrein, maar Sanders als Commander in Chief? Dat is toch moeilijker voor te stellen voor de gemiddelde Amerikaan. De focus van de campagne verschuift nu van de economie naar buitenlands beleid en daar profiteert Clinton van.

Terwijl de Democraten een snooze fest maken van hun voorverkiezing, degradeert de Republikeinse campagne langzaam maar zeker naar het niveau clusterfuck, met Jeb! Bush als roepende! in de woestijn. De twee vroege koplopers daar, The Donald en Doctor Carson, hebben bijzonder weinig zinnige dingen te zeggen over de vluchtelingencrisis en de bestrijding van terrorisme. Trump blijkt toch echt een borderline racist te zijn en Carson… Nou goed, laat ik maar niet weer over de piramides en Thomas Jefferson als auteur van de Constitutie beginnen. Het levert grappige anekdotes op, maar het is tegelijkertijd verontrustend hoe zo’n onwetende kerel zo veel support kan genereren.

Op 1 februari 2016 zijn de eerste voorverkiezingen in Iowa. Parijs heeft ook een duidelijke invloed op de keuzes van Republikeinse stemmers daar. Trump gaat nog steeds aan kop, maar Ted Cruz, de reactionaire senator uit Texas, lijkt te profiteren van Carson’s onervarenheid wat betreft het buitenland. De sociaal-conservatieve aanhangers van Carson lopen over naar Cruz, wat ook slecht nieuws is voor Marco Rubio — één van de weinige Republikeinse kandidaten die nog enigszins als mainstream te bestempelen is. In het verleden heeft Rubio zich uitgesproken voor een minder strikt immigratiebeleid en dat breekt hem nu op. Immigratie stond altijd al hoog op de Republikeinse agenda, maar heeft nu nog meer prioriteit gekregen vanwege de aanslagen in Frankrijk. De rechtse retoriek van Cruz als het gaat om vluchtelingen en immigratie is dus populair bij het Republikeinse electoraat. De vraag is echter wat de lange-termijn impact van deze boodschap zal zijn op de Latino kiezers, een belangrijke swing vote in de general elections.

Is het vreemd dat de Republikeinse top drie momenteel bestaat uit twee demagogen en een fundamentalistische hersendokter die niet al te snugger blijkt te zijn? Eigenlijk niet. Hun populariteit is direct te koppelen aan de schijnbare tegenstelling dat in veel arme staten de Republikeinen – de partij van Big Business – aan de macht zijn. Waarom voelt de blanke arbeidersklasse in deze staten zich aangetrokken tot het conservatisme, wat van oudsher de ideologie van de elite is? Hun steun kan moeilijk verklaard worden uit de Republikeinse laissez-faire agenda ten aanzien van grote bedrijven. Het anti-immigratie geluid van Cruz, de bijbelvastheid van Carson en het politiek incorrecte geschreeuw van Trump is de reden waarom arme blanken op een partij stemmen die hun economische belangen nauwelijks behartigt.

“Whenever the people are well-informed, they can be trusted with their own government,” schreef Thomas Jefferson in 1789. Dit is problematisch in het dieprode hartland van de VS, waar goed openbaar onderwijs vaak niet aanwezig is. In een groot deel van het Diepe Zuiden leven veel mensen (zowel zwart als blank) in armoede, kunnen de openbare scholen geen adequate educatie bieden en is de hegemonie van de Republikeinen praktisch compleet. Het resultaat is een cultuur van angst, paranoia en religieus extremisme in deze staten en daar profiteren Trump, Cruz en Carson van.

Volgens Jefferson vormt onwetendheid een grote bedreiging voor vrijheid in de VS en het overleven van de Republiek. “I have looked on our present state of liberty as a short-lived possession unless the mass of the people could be informed to a certain degree,” zo stelde hij in 1805, achttien jaar nadat hij niet de Grondwet had geschreven. Laten we Jefferson’s woorden ter harte nemen en af en toe eens een les uit de geschiedenis trekken. De gematigde Republikeinse kandidaat John Kasich doet een dappere poging in een nieuw campagne filmpje, gebaseerd op de woorden van Martin Niemöller, een Duitse dominee die zich verzette tegen de Nazi’s. Happy Thanksgiving!

Dr. Strangelove

Inmiddels zijn een aantal kansloze Republikeinse wannabe’s gedegradeerd naar de tweede rang, maar het kan nog wel een tijdje duren voordat er duidelijkheid is over een serieuze presidentskandidaat voor die partij. Zolang een demagoog als Donald Trump het goed blijft doen in de polls dankzij oneliners, vaagheden en het optuigen van niet te realiseren plannen, moeten de Republikeinen hem serieus nemen. Hij verwoordt immers treffend de status anxiety en hopeloosheid van een groot deel van de Republikeinse achterban. Bovendien werd in het debat van dinsdag nog maar weer eens duidelijk dat het Republikeinse programma (en het presidentschap van patroonheilige Ronald Reagan) gebaseerd is (was) op paradoxale gedachten: Minder overheid voor big business, meer overheid voor persoonlijke keuzes. Meer geld naar het leger, maar belastingen omlaag. Gelukkig mag Rand Paul nog meedoen aan deze debatten, want hij legde de laatste Republikeinse paradox vakkundig bloot.

Maar laten we wel wezen; het debat in Milwaukee was van een hoger niveau dan voorgaande edities, waardoor de geloofwaardigheid van zowel Trump als Ben Carson onder druk kwam te staan. Nu deze twee heren constant aan kop gaan in de peilingen, worden ze kritischer benaderd, vooral op het terrein van buitenlands beleid en de economie. Daar laten ze steken vallen. Van Trump weten we inmiddels dat hij vreemde ideeën heeft. Langzamerhand wordt ook duidelijk dat Dr. Carson er merkwaardige gedachtes op nahoudt. Hoewel de hersenchirurg overkomt als een zachtaardige en bescheiden man, is hij misschien nog wel een tikje excentrieker dan Trump.

Carson’s huis is sowieso gaver dan Elvis Presley’s Graceland. Check it out, hij heeft zelfs een schilderij van hemzelf en Jezus! Als presidentskandidaat moet je natuurlijk geloven in God, maar ook daarin is Carson als Zevende-dags Adventist net iets extremer. Zo haalt hij zijn belastingplan rechtstreeks uit de Bijbel, de oudtestamentische tiende penning. Volgens Carson zijn de piramides in Egypte gebouwd door Jozef om graan in op te slaan, is Obamacare het ergste wat de VS is overkomen sinds slavernij en had de Holocaust voorkomen kunnen worden als de Nazi’s niet zulke strikte wapenwetten hadden. Carson’s anti-overheidsretoriek en zijn christelijke fundamentalisme spreekt een belangrijk deel van het Republikeinse electoraat aan. Als je daar nog wat schietgraag Second Amendment radicalisme en een Obama-is-Hitler twist aan toevoegt, dan heb je kennelijk een aantrekkelijke boodschap voor conservatief Amerika, als we de polls mogen geloven.

Carson’s grootste probleem is dat hij onwaarheden verkondigt. Hij neemt het bijvoorbeeld niet zo nauw met de geschiedenis. Zijn statement dat de Founding Fathers (net als hem) geen politieke ervaring hadden, is natuurlijk complete bullshit. Later heeft hij dit veranderd in geen ervaring in federale politiek. Ja duh, vóór de Founding Fathers bestond er geen federale staat, die hebben zij namelijk opgericht. Daarom heten ze ook de Founding Fathers. Nu blijken ook bepaalde verhalen uit zijn biografie niet waar te zijn. Volgens Carson nemen de media hem veel harder onder handen dan Obama in 2008. Ik kan me toch vagelijk iets herinneren over bijvoorbeeld de rechtse heksenjacht naar Obama’s geboorteakte, waarin Donald Trump tevens een grote rol speelde.

Het is een oud conservatief trucje, om de “mainstream media” aan te vallen als het allemaal iets te diepgravend wordt. Richard Nixon deed het ook al. “You don’t have Nixon to kick around anymore,” beloofde hij de pers in 1962. Zes jaar later was hij terug, met alle gevolgen van dien. Laten we maar blij zijn dat er nog kritische journalisten rondlopen in de VS die hun werk serieus nemen, net als Woodward en Bernstein destijds.

frisse jongens

De Republikeinen debatteerden vorige week op de campus van de University of Colorado in Boulder. Leuk stadje trouwens, Boulder, maar dat terzijde. De Amerikaanse media waren het behoorlijk eens over de winnaar: Marco Rubio, de jeugdige senator uit Florida. Op efficiënte wijze zette hij zijn oude mentor Jeb! Bush te kijk, die nu langzaam wegzakt in het politieke equivalent van de Everglades — een moeras vol slangen en alligators. Ted Cruz heeft een sterke aanval op rechts geopend, terwijl Rubio zich steeds meer ontwikkelt als kandidaat van het establishment. Trump en Carson zullen het nog wel een tijdje volhouden, want er zijn nog steeds heel erg veel Boze Republikeinen die weinig op hebben met de gevestigde orde.

Deze Boze Republikeinen hebben eergisteren in verschillende staten weer van zich laten horen. In Kentucky won Tea Party partizaan Matt Bevin de verkiezing voor gouverneur. De afgelopen veertig jaar is dat maar één andere Republikein gelukt, dus goed gedaan, Mr. Bevin (vorig jaar heeft Bevin trouwens nog geprobeerd om de Republikeinse leider in de Senaat Mitch McConnell te verslaan, omdat McConnell volgens hem niet rechts genoeg was). De uitgaande gouverneur, Democraat Steve Beshear, was ook niet bepaald progressief te noemen, maar hij had wel belangrijke stappen gezet om Medicaid en Obamacare uit te breiden in Kentucky. Bevin gaat dat natuurlijk de nek omdraaien. Ook is hij groot fan van Kim Davis, de ambtenaar die weigerde homostellen te trouwen. Daarna verdween ze zes dagen in de gevangenis en werd ze de Martina Luther King voor evangelisch Amerika. King streed voor het uitvoeren van federale wetten in het Zuiden, terwijl Davis daar recht tegen in gaat, maar dat is de logica van de Tea Party.

Over Tea Parties gesproken: in Mississippi was het ook weer raak. Het was uiteraard geen verrassing dat Confederate Flag lover Phil Bryant herkozen zou worden als gouverneur, want zijn tegenstander was een vrachtwagenchauffeur zonder campagnegeld. Tevens was een meerderheid van de stemmers tegen Initiative 42, een wetsvoorstel om de staatsoverheid te verplichten voldoende geld uit te geven aan openbaar onderwijs. Dat gaat dus niet door, wat slecht nieuws is voor een staat die in de onderste regionen verkeert als het gaat om goede scholing. Openbaar aanklager en Democraat Jim Hood wist wel zijn herverkiezing te winnen in Mississippi, wat hem de eretitel “Last Democrat in Dixie” heeft opgeleverd.

In het Congres is Paul Ryan inmiddels gekozen als Speaker of the House. Nu moet hij alleen nog even met Febreze aan de gang in zijn nieuwe kantoor, aangezien zijn voorganger John Boehner wel hield van een peuk. Boehner huilde trouwens ook erg vaak. Met Ryan aan het roer in het Huis van Afgevaardigden en Marco Rubio als beoogd presidentskandidaat hebben de Republikeinen in ieder geval twee frisse jongens aan de top. Hun uitdaging is om de hardliners in de Republikeinse achterban tevreden te houden, zonder elke vorm van politieke slagkracht of realiteitszin te verliezen.